China

De eerste rit in China!

De laatste etappe van de Karakoram Highway zal ons naar het laatste land van deze expeditie brengen; China! We kijken uit naar China maar moeten eerst een van de grootste obstakels van deze reis zien te passeren. We moeten namelijk over de Khunjerab Pass rijden, het hoogste punt van de Karakoram en tevens de hoogste snelweg ter wereld. Om in een dag over deze pas te rijden, Pakistan te verlaten en China in te rijden (met alle grensformaliteiten) moeten we vroeg vanuit Gulmit vertrekken. Na een uur rijden komen we aan in Sost waar we ons bij de grensbeambten van Pakistan melden.

De mannen bij de grens zijn erg aardig. Een van hen heeft ons zelfs zijn thuisadres gegeven, mochten we nog eens langs willen komen. Pas als we net willen vertrekken komen er drie streng uitziende mannen van de narcotica brigade om een kijkje in de bus te nemen. We vermoeden dat ze het leuker vinden om eens heerlijk ongestoord in de bus te kunnen kijken dan dat ze echt dachten iets te zullen vinden. Om het allemaal niet te lang te laten duren en een niet te grote puinhoop in de bus te krijgen, proberen we de mannen wat in de weg te zitten door uitgebreid foto¡¯s van ze te nemen en er tevens bij te filmen. Het is een soort afleidingsmanoeuvre die blijkt te werken. Na een paar minuten, vele foto¡¯s en poses verder, weten ze geen raad meer met de bus. We zwaaien enthousiast naar iedereen en rijden na een korte 40 minuten Pakistaanse grenstaferelen het terrein af. Dat viel mee.

Het volgende stuk rijden we door het Khunjerab National Park. Het is een prachtig stuk natuur midden in het stuk niemandsland tussen Pakistan en China. We zijn Pakistan al uit maar China is nog 150 kilometer rijden. De Karakarom Highway heeft zeker het beste tot het laatste bewaard. We rijden door nauwe kloven en klimmen vervolgens tot boven de sneeuwgrens naar de top van de Khunjerab Pass. Als we op de top staan, realiseren we pas wat we bereikt hebben. We waren bang dat de luchtgekoelde motor het misschien niet zou halen. Maar als we boven zijn en het motortje als geen ander lekker verder pruttelt juichen we enorm. Het is echt het dak van de wereld¡­ prachtig. We nemen foto¡¯s van de officiele Chinees/Pakistaanse grens en springen er meerdere malen overheen.. China….Pakistan ….China….Pakistan tot we er duizelig van zijn (of zou dat vooral door de hoogte komen). We springen, nog steeds een beetje duizelig, in de auto en rijden verder. Een bord wijst ons erop dat we weer rechts moeten rijden. Gek genoeg blijkt het rechts rijden meer wennen dan de eerste keer dat we links moesten rijden. Daar zijn we zo bewust mee bezig geweest dat we na 2,5 maand links rijden (links rijden .. links rijden..) meer moeite blijken te hebben met het weer overstappen op rechts.

Om zelf te mogen rijden in China is het verplicht om een gids mee te nemen en het vereist een hoop papierwerk. We zijn nerveus en nieuwsgierig. Hoe zal het zijn met een derde persoon, een Chinees, op de achterbank verder te rijden. Niet dat we een keus hebben, maar toch. We hebben gehoord dat zijn naam Benny is en dat we hem ontmoeten in Tashgarkent. De weg is nog steeds geweldig al is het soms wat hobbelig. We doen het rustig aan om de schokbrekers te sparen en genieten van de kuddes¡­.Kamelen???? Die hadden we niet verwacht op 3000 meter!

In Tashgarkent worden we meteen naar de douane gedirigeerd. Daar krijgen we meteen gezondheidsverklaringen in onze handen gedrukt en worden getest op koorts. De schrik van SARS zit er nog goed, blijkbaar. Als we kijken wat onze temperatuur is en die van Elles op 34.2 staat vragen we ons af wat het nut is. De arts kijkt tevreden. De bus wordt ook nog ontsmet met een soort spray al doen ze het maar oppervlakkig. Het lijkt allemaal meer op een formaliteit. Dan ontmoeten we onze gids. Benny blijkt ziek te zijn maar er is gelukkig voor vervanging gezorgd. We hebben een Jason ter beschikking gekregen. Zijn naam komt van June August September October November. We denken dat hij July in plaats van June bedoelde maar doen geen navraag. Chinees communisme bestaat niet echt meer maar het papierwerk met de nodige rode stempeltjes nog wel. Dan blijkt Jason een kopie te missen van een papiertje. Dit levert de nodige stress op bij Jason en de douanebeambten. Niet bij ons, wij vinden het prachtig! Gelukkig weten we snel een kopieerapparaat te vinden en kunnen we naar het hotel. Daar krijgen we twee gave Chinese rijbewijzen en nog stoerder, twee Chinese nummerborden!

Die avond nemen we de reis en de route met Jason door. Jason blijkt nog nooit echt buiten Beijing te zijn geweest. Lekkere gids¡­duhhh. We vragen ons dan ook wederom af wat het nut van Jason is. Aan de andere kant kan dit misschien ook wel een grote mate van vrijheid geven. Wij geven gewoon aan waar het leuk is om naartoe te gaan, Jason volgt wel. Hij gaat akkoord! Al met al dus niet zo slecht! Toch is het vreemd om een ratelende Chinees op de achterbank te hebben na al die maanden met zijn tweetjes. Hij blijkt ook niet zo heel erg relaxed te zijn. Hij vindt de lokale restaurantjes smerig (vonden wij wel meevallen, prima gegeten) en hij had al even een hotel voor ons geregeld dat drie keer zo duur was dan wij gewend zijn te betalen. Nee, de rest van de hotelletjes vond hij maar niets. Daar moeten we maar even snel iets op vinden. Misschien wordt het uiteindelijk een grotere cultuurschok voor hem dan voor ons.